De spirituele uitgeverij van Nederland

Rust in je hoofd krijgen: 5 lessen om te oefenen

Laatste update door Anouschka van Wettum op 10 december 2019

Er is een raadselachtig en bijzonder boek dat je helpt om rust in je hoofd te krijgen. Oefen alvast met deze vijf lessen.

Een cursus in wonderen bestaat al jaren en heeft al veel mensen geïnspireerd. Het is een dik boek en een confronterend boek, maar alles zit er in.

Een Cursus in Wonderen ECIW door Uitgeverij AnkhHermesWanneer kun je met de Cursus aan de slag? Wanneer je wil. En je kunt beginnen met het tekstboek, of je duikt in het werkboek om het gewoon te ervaren. Het zit allemaal in hetzelfde boek.

De oefeningen zijn heel eenvoudig. Ze vragen niet veel tijd en het maakt niet uit waar je ze doet. Ze behoeven geen voorbereiding. De trainingsperiode beslaat één jaar. De oefeningen zijn genummerd van 1 tot 365. Doe niet meer dan één stel oefeningen per dag. Een cursus in wonderen

Om een beetje te proeven van deze oefeningen en alvast een beetje rust in je hoofd te krijgen, kun je met deze vijf lessen een begin maken. Merk je na vijf dagen verschil?

Ben je benieuwd naar Een cursus in wonderen maar wil je misschien niet direct in het dikke boek duiken? Bekijk hier de boeken die ervaringsdeskundigen schreven over de Cursus vanuit de thema’s ziekte, familieopstellingen, van angst naar liefde, of de ingangen tot de cursus. 

Deze vijf lessen komen uit Een cursus in wonderen.

Les 1: Niets wat ik in deze kamer [in deze straat, uit dit raam, op deze plek] zie betekent iets

1. Kijk nu langzaam om je heen en oefen je in het heel specifiek toepassen
van dit idee op wat je maar ziet:
Deze tafel betekent niets.
Deze stoel betekent niets.
Deze hand betekent niets.
Deze voet betekent niets.
Deze pen betekent niets.

2. Kijk dan wat verder dan je directe omgeving en pas het idee in een wijder blikveld toe:
Die deur betekent niets.
Dat lichaam betekent niets.
Die lamp betekent niets.
Dat bord betekent niets.
Die schaduw betekent niets.

3. Merk op dat deze uitspraken niet gerangschikt zijn in enige ordening en evenmin rekening houden met verschillen in de aard van de zaken waarop ze worden toegepast. Dat is de bedoeling van de oefening. De stelling dient eenvoudigweg toegepast te worden op alles wat je ziet. Wanneer je het idee van de dag oefent, hanteer het dan volkomen willekeurig. Probeer het niet toe te passen op álles wat je ziet, want deze oefeningen moeten geen ritueel worden. Zorg er alleen voor dat niets wat je ziet uitdrukkelijk wordt uitgesloten. Het ene is wat de toepassing van het idee betreft even goed als het andere.

4. Elk van de eerste drie lessen moet niet vaker dan tweemaal per dag worden gedaan, bij voorkeur ‘s morgens en ‘s avonds. Evenmin zou je ze langer dan ongeveer een minuut moeten proberen, behalve wanneer dat een gevoel van haast met zich meebrengt. Een aangenaam gevoel van ontspannenheid is essentieel.

Les 2: Ik heb alles wat ik in deze kamer [in deze straat, uit dit raam, op deze plek] zie alle betekenis gegeven die het voor mij heeft

1. De oefeningen met dit idee zijn dezelfde als die met het eerste. Begin met de dingen vlak bij je en pas het idee toe op alles waar je blik op rust. Breid dan je blikveld uit. Draai je hoofd zo dat je alles aan weerskanten kunt zien. Draai je zo mogelijk om en pas het idee toe op wat achter je was. Blijf zo willekeurig mogelijk in je keuze van onderwerpen om het op toe te passen, concentreer je niet op iets in het bijzonder en probeer niet alles wat je in een bepaalde gezichtshoek ziet erbij te betrekken, anders breng je er spanning in.

2. Laat enkel je blik, ontspannen en redelijk snel, ronddwalen en probeer daarbij een keuze naar grootte, helderheid, kleur, materiaal of betrekkelijk belang voor jou te vermijden. Neem de voorwerpen gewoon zoals je ze ziet. Probeer de oefening met gelijk gemak toe te passen op een lichaam of een lichtknop, een vlieg of een vloer, een arm of een appel. Het enige criterium om het idee op iets toe te passen is slechts dat je oog erop viel. Doe geen moeite om iets bepaalds in te sluiten, maar zorg ervoor dat niets uitdrukkelijk wordt uitgesloten.

Les 3: Ik begrijp niets wat ik in deze kamer [in deze straat, uit dit raam, op deze plek] zie.

1. Pas dit idee op dezelfde manier toe als de twee voorgaande, zonder enig onderscheid te maken. Elk voorwerp dat je ziet, is geschikt om het idee op toe te passen. Zorg ervoor dat je je niet gaat afvragen of iets wel geschikt is voor de toepassing van het idee. Dit zijn geen oefeningen in oordelen. Alles is geschikt, als je het ziet. Sommige dingen die je ziet, kunnen een emotioneel geladen betekenis voor je hebben. Probeer zulke gevoelens opzij te zetten en behandel die dingen gewoon net zoals je al het andere zou behandelen.

2. De bedoeling van deze oefeningen is je te helpen jouw denkgeest te bevrijden van alle vroegere associaties, de dingen precies zo te zien zoals ze zich nu aan jou voordoen en te beseffen hoe weinig jij er werkelijk van begrijpt. Het is daarom noodzakelijk dat je bij de keuze van de dingen waarop het idee van vandaag toegepast gaat worden, je denkgeest volkomen open houdt en niet door oordelen laat hinderen. Voor dit doel is het ene ding gelijk aan het andere, even geschikt en daarom even nuttig.

Les 4: Deze gedachten betekenen niets. Ze zijn net als de dingen die ik in deze kamer [in deze straat, uit dit raam, op deze plek] zie.

1. In tegenstelling tot de vorige oefeningen, beginnen deze niet met het idee van de dag. Begin deze oefenperioden met ongeveer een minuut lang te letten op de gedachten die door je denkgeest heengaan. Pas dan het idee erop toe. Als je je nu al bewust bent van onprettige gedachten, gebruik deze dan als onderwerp voor het idee. Maar selecteer niet alleen die gedachten die je ‘slecht’ vindt. Je zult merken, als je jezelf traint naar je gedachten te kijken, dat ze zo’n mengeling te zien geven dat in zekere zin geen enkele ‘goed’ of ‘slecht’ genoemd kan worden. Dat is de reden waarom ze niets betekenen.

2. Bij je keuze van onderwerpen voor de toepassing van het idee van vandaag is het zoals gewoonlijk nodig specifiek te zijn. Wees niet bang zowel van ‘goede’ als ‘slechte’ gedachten gebruik te maken. Niet een ervan geeft jouw werkelijke gedachten weer, die daaronder schuil gaan. De ‘goede’ vormen slechts de schaduwen van wat erachter ligt, en schaduwen bemoeilijken het zicht. De ‘slechte’ blokkeren het zicht en maken zien onmogelijk. Je wilt ze geen van beide.

3. Dit is een belangrijke oefening, die van tijd tot tijd in iets andere vorm zal worden herhaald. Hier is het streven jou te oefenen in de eerste stappen op weg naar het einddoel het betekenisloze van het betekenisvolle te scheiden. Het is een eerste poging in het leerdoel op lange termijn om het betekenisloze als buiten je en het betekenisvolle binnen je te zien. Het is ook het begin van de training van je denkgeest in het herkennen wat hetzelfde is en wat verschillend.

4. Typeer elke gedachte die je voor de toepassing van het idee van vandaag gebruikt, door de hoofdpersoon of de centrale gebeurtenis daarin, bijvoorbeeld:
Deze gedachte over _________ betekent niets.
Het is net als de dingen die ik in deze kamer [in deze straat, enzovoort] zie.

5. Je kunt het idee ook gebruiken voor een bepaalde gedachte die je als schadelijk onderkent. Dit gebruik is nuttig, maar kan de meer willekeurige methode die voor de oefeningen moet worden gevolgd niet vervangen. Onderzoek je denkgeest echter niet langer dan ongeveer een minuut. Je bent nog te onervaren om niet aan de neiging toe te geven je doelloos in gedachten te verliezen.

6. Verder kan het je, aangezien deze oefeningen de eerste zijn in hun soort, bijzonder moeilijk vallen elk oordeel in verband met gedachten op te schorten. Herhaal deze oefeningen niet meer dan drie of vier maal in de loop van de dag. We komen er later op terug.

Les 5: Ik voel nooit onvrede om de reden die ik denk.

1. Dit idee kan, evenals het voorgaande, gebruikt worden bij elke persoon, situatie of gebeurtenis waarvan jij denkt dat die jou pijn bezorgt. Pas het uitdrukkelijk toe op alles waarvan jij gelooft dat het de oorzaak van je onvrede is, en gebruik daarbij de omschrijving van het gevoel in een bewoording die je juist lijkt. De onvrede kan zich voordoen als angst, bezorgdheid, depressiviteit, verontrusting, kwaadheid, haat, jaloezie en nog talloze andere vormen, die je allemaal als verschillend zult waarnemen. Dit is niet waar. Maar tot je geleerd hebt dat de vorm er niet toe doet, is elke vorm geschikt als onderwerp van de oefeningen van de dag. Hetzelfde idee op elke vorm afzonderlijk toepassen is de eerste stap naar de uiteindelijke erkenning dat ze allemaal hetzelfde zijn.

2. Wanneer je het idee van vandaag gebruikt bij een specifieke vermeende oorzaak van enigerlei vorm van onvrede, hanteer dan zowel de naam van de vorm waarin je die onvrede ziet, als de oorzaak die je daaraan toeschrijft. Bijvoorbeeld:
Ik voel me niet kwaad op _________ om de reden die ik denk.
Ik voel me niet bang voor _________ om de reden die ik denk.

3. Maar nogmaals, dit moet niet in de plaats komen van oefenperioden waarin je eerst je denkgeest onderzoekt op ‘oorzaken’ van onvrede waarin je gelooft, en vormen van onvrede die, naar jij meent, daaruit voortvloeien.

4. Je zult het bij deze oefeningen, meer nog dan bij de vorige, misschien moeilijk vinden om willekeurig te zijn en te vermijden dat je sommige onderwerpen zwaarder laat wegen dan andere. Het kan helpen de oefeningen te laten voorafgaan door de volgende stelling:
Er zijn geen kleine vormen van onvrede.
Ze verstoren mijn innerlijke vrede allemaal evenzeer.

5. Onderzoek dan je denkgeest op alles wat jou verstoort, ongeacht de mate waarin jij denkt dat het dit doet.

6. Misschien merk je ook dat je minder bereid bent het idee van vandaag toe te passen op sommige vermeende bronnen van onvrede dan op andere. Als dit gebeurt, denk dan eerst hieraan:
Ik kan niet aan deze vorm van onvrede vasthouden en alle andere loslaten.
Voor het doel van deze oefeningen beschouw ik ze daarom allemaal als gelijk.

7. Onderzoek dan, niet langer dan ongeveer een minuut, je denkgeest en probeer een aantal verschillende vormen te achterhalen van dingen die jouw vrede verstoren, ongeacht het relatieve belang dat jij misschien aan ze hecht. Pas het idee van vandaag op elk ervan toe, waarbij je zowel de naam noemt van de bron van de onvrede, zoals jij die ziet, als van het gevoel, zoals jij dat ervaart. Andere voorbeelden zijn:
Ik voel me niet bezorgd over _________ om de reden die ik denk.
Ik voel me niet neerslachtig over _________ om de reden die ik denk.
Drie of vier keer in de loop van de dag is genoeg.

Meer lessen uit Een cursus in wonderen

Wil je verder met de lessen en meer rust in je hoofd krijgen? Dan kun je deze boeken lezen:

  • Een cursus in wonderen: ga direct verder met de lessen uit het Werkboek vanaf pagina 739.
  • Herinneren wie je bent: Elly Clabbers schreef hoe je kunt werken met het werkboek van ECIW: dus precies deze lessen waar je zojuist aan begonnen bent.
  • Het regent geluk: Lisa Portengen en Koos Janson hebben het over hele alledaagse zaken en hoe de Cursus praktisch in je leven kan doorwerkern
  • Ingangen tot Een cursus in wonderen: in dit boek geeft Willem Glaudemans een aantal handvatten om met Een cursus in wonderen aan de slag te gaan

Voor wie nieuwsgierig is, kijk ook bij Miracles in Contact het platform voor de Cursus, Een cursus in wonderen organisatie en de Inner Peace Foundation die is opgericht door de opschrijvers van Een cursus in wonderen.


Anouschka van Wettum

Anouschka van Wettum

Als brandmanager bij Uitgeverij AnkhHermes zorg ik voor de marketing, pr en social media van de uitgeverij.