Op een kille zaterdagochtend stond ik in een tochtig auditorium naar een van mijn dochters te kijken die helemaal opging in de generale repetitie voor de jaarlijkse toneeluitvoering. Als getalenteerd actrice was ze tijdens de audities gekozen voor de hoofdrol, maar enkele weken voor de generale repetitie was haar een minder belangrijke rol gegeven. Ik had de reden voor die verandering nooit kunnen achterhalen – en mijn dochter wilde er niet over spreken – tot een van haar vriendinnen zich liet ontvallen dat toen een nieuwe regisseur de zaak overnam, een ander dertienjarig meisje had gelogen over haar toneelervaring om hem ervan te overtuigen dat zij de rol moest krijgen die mijn dochter was toebedeeld – die haar beste vriendin was.

Toen ik dit tactvol met haar moeder wilde bespreken, die op die dag ook toeschouwer was, kapte ze me af en haalde haar schouders op. ‘Ach, zo is het leven, toch?’ antwoordde ze luchtig.

Ik was overdonderd, maar ik moest toegeven dat ze een punt had. Het is in ieder geval het leven dat wij als volwassenen voor ogen hebben. Competitie vormt schering en inslag in de samenlevingen van de meeste ontwikkelde landen. Het is de motor van onze economie, en wordt verondersteld de basis te zijn van de meeste van onze relaties: in het zakenleven, in onze buurt, zelfs die met onze beste vrienden. Koste wat het kost op de eerste plaats komen is een algemeen gegeven geworden in onze woordenschat: In oorlog en liefde is alles geoorloofd. De sterksten overleven. Grijp je winst. He who dies with the most toys wins.

Het is nauwelijks verwonderlijk dat de relaties van onze kinderen in de maatschappij zijn doordrongen van een sterk competitieve instelling, die leidt tot grote en kleinere overtredingen.

Ik begon na te denken over de onderlinge verhoudingen in mijn eigen buurt, en over de mate waarin datgene wat psychologen ‘betrekkelijkheidsbesef’ noemen daarin een rol heeft gespeeld. Hoeveel kinderen heb jij? Wat voor auto heb jij? Hoe vaak ga jij dit jaar op vakantie? Naar welke universiteit gaat jouw kind? Welke cijfers haalt het gemiddeld? Met andere woorden, waar sta jij op de maatschappelijke ladder?

Het huidige paradigma zoals de traditionele wetenschap ons dat voorschotelt, houdt in dat het universum wordt gezien als een plaats van schaarste die wordt bevolkt door afzonderlijke dingen die zich tegen elkaar moeten keren om te overleven. We gaan er gewoon van uit dat het leven zo in elkaar zit.

Ik begon mezelf een essentiële vraag te stellen: Moet het werkelijk zo zijn? Was het de bedoeling dat we elkaar zo beconcurreren? Is dat verankerd in het dierlijke en menselijke biologische leven? Hoe is het zover gekomen? En als we zo niet zijn, hoe moeten we dan wel zijn?

Sinds die generale repetitie denk ik dat we op een bepaald moment het sociale contract hebben verscheurd en zijn vergeten hoe we elkaar kunnen ontmoeten. Ergens zijn we vergeten hoe we kunnen zijn.

Het hoeft niet zo te zijn. Naarmate ik de laatste ontdekkingen begon te onderzoeken en bestuderen in een breed scala van disciplines – algemene biologie, fysica, zoölogie, psychologie, botanica, antropologie, astronomie, chronobiologie en cultuurgeschiedenis – werd het me duidelijk dat het leven waarvoor we hebben gekozen niet strookt met wie we werkelijk zijn.

Vanuit de laboratoria van de meest vooruitstrevende fysici, biologen en psychologen die de manier waarop we onszelf zien aan de kaak stellen, is een nieuw idee aan het ontstaan. Pioniers onder de biologen, psychologen en sociologen hebben allen bewijs gevonden dat individuen veel minder individueel zijn dan we dachten.

Tussen de kleinste deeltjes van ons wezen, tussen ons lichaam en onze omgeving, tussen onszelf en alle mensen met wie we in contact komen, tussen elk lid van elke sociale groep, is er een Verbinding – een band die zo integraal en diepgaand is dat er niet langer een scheidslijn bestaat tussen het einde van het ene en het begin van het andere. De wereld werkt in wezen niet via de activiteit van afzonderlijke dingen, maar in de verbinding ertussen – in zekere zin in de ruimte tussen de dingen.

Deze nieuwe ontdekkingen in de fysica en de biologie laten zien dat alle levende dingen alleen maar succesvol zijn en gedijen wanneer ze zichzelf zien als deel van een groter geheel. De wezenlijke impuls van alle leven is niet een drang om te rivaliseren, maar een streven om zich te verbinden.

Ik heb samenlevingen ontdekt die heel anders leven dan wij, waar het wereldbeeld meer in overeenstemming is met de bevindingen van de recente wetenschap. In deze culturen wordt het universum gezien als een ondeelbaar geheel, en deze kernovertuiging heeft geleid tot een totaal verschillende manier van kijken naar en omgaan met de wereld.

Zij geloven dat ze in relatie staan met alle leven – zelfs met de aarde zelf. Wij zien het ding – zij zien de lijm tussen de dingen, datgene wat de dingen samenbindt. De essentie voor deze samenlevingen is niet het individu, maar de relatie tussen individuen; die relatie zien zij als iets dat een eigen karakter heeft.

Zij vatten de essentiële aard van de mensheid op als een samenkomen – een verbondenheid – en daardoor leven zij gelukkiger, met minder echtscheidingen, minder kinderen met problemen, minder criminaliteit en geweld, en een sterkere gemeenschap.

Zij hebben gekozen voor een betere manier van leven, een meer authentieke manier van zijn – een manier van leven die volgens mij ook voor jou en mij was bedoeld. En zij doen dat omdat ze in een ander verhaal geloven – een ander wereldbeeld van wie we zijn en waarom we hier zijn.

De crises waarmee we op elk gebied zijn geconfronteerd, hebben zich juist voorgedaan doordat we volgens een achterhaald stel regels functioneren. Het wetenschappelijke verhaal van wie we zijn is drastisch veranderd, en we moeten in overeenstemming daarmee ook zelf veranderen om te overleven. De competitieve impuls die nu een groot deel van ons zelfbeeld uitmaakt en de onderstroom vormt van het leven van ons allen, is dezelfde instelling die elk van de grote wereldomvattende crises heeft veroorzaakt die ons nu dreigen te vernietigen. Als we de heelheid in onze relaties kunnen herstellen, maken we – volgens mij – een begin met het helen van onze wereld.

We kunnen ons gevoel voor de verbondenheid van de dingen doen herleven, maar dat vereist een totaal ander stel regels dan die waarnaar we momenteel leven.

We zullen de wereld anders moeten zien, anders met anderen moeten omgaan, ons leven anders moeten inrichten – onze vriendschappen, onze buurt en onze steden. Willen we ons niet geïsoleerd voelen, maar steeds verbonden en betrokken, dan moeten we ons fundamentele doel op aarde veranderen zodat het groter wordt en niet gebaseerd is op strijd en overheersing. We moeten vanuit een heel nieuw perspectief naar ons leven kijken, het vanuit een omvattender gezichtspunt beschouwen, om de verbanden op te merken die ons allen met elkaar verbinden.

Het hoeft niet zo te zijn. Geen dag langer.

Lynne McTaggart, auteur van de internationale bestsellers Het Veld en Het intentie-experiment, is een van de voortreffelijke woordvoerders op het gebied van bewustzijn en de nieuwe wetenschap. Dit artikel is ontleend aan haar nieuwe boek De verbinding: Word je bewust van het veld waarin je leeft, dat het hoogtepunt vormt van haar baanbrekende werk en een volledig nieuw wetenschappelijk verhaal biedt, alsmede een gedetailleerde blauwdruk van hoe we in harmonie daarmee kunnen leven.